SALTA, TILCARA & CAFAYATE

SALTA, TILCARA & CAFAYATE

Zaterdag 12 november 2011

Om 15u00, 19 uur later dan voorzien, waren wij in Salta. Uiteindelijk bleek het niet zo’n ramp te zijn. Salta is een stad met 500.000 inwoners maar op de Plaza 9 de Julio en enkele aanpalende straatjes na is het niet echt een hoogvlieger. Op een uur of 4 waren wij rond en namen wij de kabelbaan naar boven. De stad die bij aankomst er nog slapeloos bijlag kwam nu stilaan tot leven. In dit deel van Argentinië leeft men echt nog met de siësta. Tussen 14u00 en 17u00 zijn de meeste winkels gesloten en geeft het maar een doodse indruk. Zoals gezegd verandert dit na vijven. De pleintjes en straten vullen zich met mensen en wagens. Leurders allerhande spreiden hun koopwaar ten toon; voor het eerst deze vakantie hadden wij het gevoel in Zuid-Amerika te zijn. Ook de mensen verschillen opmerkelijk van deze in Patagonië. Hier zijn ze veel donkerder van huidskleur met Indiaanse trekken en dragen meer de typische kleurrijke kleren zoals gekend in Peru en Ecuador.

Het bezoek aan Salta werd besloten met een bezoekje aan de attractie van de stad; tochtje per ouderwetse kabelbaan naar een nabijgelegen heuvel vanwaar wij genoten van een prachtig panorama over de stad.

Op aanraden van het hotel aten wij ’s avonds in restaurant La Casona del Molino. Het ligt een stukje buiten het toeristische centrum en is alleen per taxi bereikbaar.  Bij aankomst om 21u15 bleken wij gast 2 en 3 te zijn. In Argentinië eet men zeer laat. Het is de normaalste zaak van de wereld om ’s avonds na tienen met jonge kinderen op restaurant te gaan. Onze opvoeders zouden er geen bal van snappen. Het restaurant/café is een heel grote zaak met verschillende kleinere ruimtes binnen en een groot niet overdekt binnenplein. Helemaal niet trendy of modern maar gewoon super basic. Omdat wij de eerste gasten waren besloten wij eerst maar een Corona te drinken in afwachting van de rest van de gasten. Deze volgden snel in grote getalen zodat iets na tienen de hele zaak volzat.

Het eten (mix grill) was op de platte en koude fritjes na goed. De charmante serveerster kon ons niet verleiden om nog te blijven voor de live optredens.

Zondag 13 november 2011

Voor het eerst deze vakantie stonden er geen georganiseerde excursies meer op het programma maar beschikten wij over ons eigen vervoer in de vorm van een VW Gol. Nog nooit van gehoord maar vergelijkbaar met een VW Polo. Eén reistas paste perfect in de kofferruimte zodat de tweede naar de achterbank verhuisde. 

Op het menu stond een rit van ruim 200 kilomter naar het op 2.500 meter hoogte gelegen Tilcara. Er zijn twee manieren op er te raken; ofwel het langere maar snellere traject via de autostrade ofwel het kortere maar langzamere traject via de bergpas met zijn 500 bochten. In de reisgidsen wordt dit traject als zeer mooi voorgesteld. Misschien niet onaardig voor een Fries die nog nooit buiten zijn dorp is geweest maar naar onze norm ook niet echt  wauw.

Eénmaal voorbij de stad San Salvador de Jujuy begint de rit door één van de mooiste valleien van Argentinië. De Quebrada de Humahuaca wordt door de Unesco erkend als werelderfgoed. Naarmate de weg zich omhoog kronkelt richting Bolivië verdwijnt de vegetatie op de bergen totdat gigantische cactussen de zo goed als enige vorm van vegetatie zijn. Het landschap is adembenemend mooi. De bruin-rode bergen zorgen voor een schitterend contrast met de groene vallei en donkerblauwe lucht. Dit stuk van Argentinië is in het niets te vergelijken met Patagonië.

3 uur na vertrek uit Salta kwamen wij aan in Tilcara, een toeristisch dorpje van 4.500 inwoners. Het zou de uitvalsbasis worden voor de komende dagen. Wij boekten er een kamer in het boutique hotel Las Marias (www.lasmariastilcara.com.ar).

De rest van de namiddag stond er, op een dorpswandeling na, niets meer op het programma. Het dorp zelf stelt niet geweldig veel voor. In het centrum liggen de hotels, hostals en restaurants. ’s Avonds aten wij in het restaurant van het hotel. Voor het eerst was er geen Engelstalige menukaart en sprak het restaurantpersoneel geen letter Engels. Op goed geluk kozen wij een voor- en hoofdgerecht.  Tot mijn verbazing bleek mijn hoofdgerecht kip te zijn terwijl het woord ‘pollo’ niet werd vermeld in de omschrijving op de kaart. Het smaakte in ieder geval heerlijk!

Het werd een geanimeerde avond met een Canadees en Argentijns koppel. Vooral de Argentijn, een reporter voor een of andere tv-zender die zo goed als geen Engels sprak, zorgde voor de nodige animo. Het werden half-gesprekken met behulp van een woordenboek en google-vertaling. Er werd een extra flesje wijn gekraakt tot mevrouw Argentijn ingreep en manlief naar bed commandeerde.

Maandag 14 november 2011

De wolken van de vorige dag waren bijna volledig verdwenen. Na het ontbijt vertrokken wij voor een bezoek aan de Salinas Grandes, één van de vele zoutvlaktes in het noorden van Argentinië, op weg naar buurland Chile.

Vooraleer aan de lange berpas te beginnen stopten wij aan het kerkhof van het dorpje Maimara. De graven liggen schitterend op een heuvel verspreid en de plastic bloemen zorgen voor de nodige kleur. Dit is een stop meer dan waard.

Even voorbij Maimara, richting Jujuy, sloegen wij rechts af richting Chile, op weg naar de zoutvlakte Salinas Grandes. De route zorgde letterlijk voor een hoogtepunt in ons leven; het passeren van de bergpas op 4.170 meter hoogte. Dat de lucht op deze hoogte een stuk minder zuurstofrijk is, kon ik zelf ondervinden. Bruuske bewegingen zorgden voor duizelingheid in mijn hoofd. Mijn madam had hier blijkbaar minder last van.

De zoutvlakte was zonder zonnebril niet te aanschouwen omwille van de weerkaatsing van de zon op het zout. Een dubbele portie zonlicht kunnen onze ogen niet aan. Het was zeker de moeite om te zien alhoewel de vlakte minder wit toonde dan ik zelf dacht. Er wordt momenteel nog steeds zout ontgonnen.

Op de terugweg stopten wij voor een late lunch in het dorpje Purmacara. De grote attractie heet er ‘Cerro de los Siete Colores’ oftewel berg van de zeven kleuren. Leuk om zien maar gezien het tijdstip van de dag, namiddag met tegenlicht, niet zo fotoginiek als in de voormiddag.

Rond 17u30 waren wij terug in het hotel en besloten er een late siësta te houden. Na een paar uurtjes rusten lieten wij ons weer verrassen in het restaurant van het hotel. Het was degelijk zonder meer.

Dinsdag 15 november 2011

Afgelopen nacht werd ik wakker van een heus hondenconcert. Rond een uur of twee begonnen tientallen beestjes, verspreid over het hele dorp, aan een heuse huil- en blafserenade van een half uurtje. Het leek wel georchestreerd want zo plots het begon zo plots werd het ook beëindigd. Fascinerend, die vlooienbalen!

Van het ene beest naar het andere. Om 9u50 moesten wij in de hoofdstraat klaar staan aan een lokaal agentschap voor een tocht per paard van 3 uur. Naar beste lokale gewoonte kwam er 20 minuten later toch iemand opdagen om ons 150 meter te begeleiden naar de stallen. Rare jongens! De tocht per paard naar de ‘Gargante del Diablo’ was schitterend. De was zonder concurentie de meest spectaculaire tocht per paard die wij ooit gemaakt hebben. Van 2.450 meter gaat het tot over de 2.900 meter over een (meestal) smal pad terwijl het rechts loodrecht omlaag gaat. Eén misstap van onze viervoeter en dan blog zou dit stadium niet meer gehaald hebben. Eerlijk gezegd was ik niet malcontent dat wij boven waren. Wij vonden het dan ook niet zo erg dat de begeleider koos voor de langere maar minder uitdagende route voor de terugrit. Ondertussen had de zon gezelschap gekregen van een frisse en snoeiharde wind. Het was net doenbaar genoeg om de terugrit in t-shirt te doen. Het had beter net dat tikkeltje kouder geweest. Bij terugkeer in Tilcara rond 14u00 hadden delen van mijn armen de allures van kreeftenpoten. Hoewel niet voelbaar brand de zon op de hoogte onverbiddelijk. Het zou nog 48 uur plezieren.

Namiddag ruilden wij de paardjes voor de pk’s van onze VW Gol en bezochten het 8.000 inwoners tellende dorpje Humahuaca op 2.989 meter hoogte. Van de hele vallei was dit zonder twijfel het mooiste dorpje. Niet dat er geweldig veel te beleven valt maar het was een bezoek meer dan waard.

Geen diner in het hotel maar een etentje in restaurant Pena de Carlitos op de hoek van het marktplein. Wij konden er een van de laatste tafeltjes bemachgtigen. Achteraf gezien jammer want wij vonden er niets aan. Lonely Planet geeft aan dat de regionale gerechten goedkoop zijn. Dit kunnen wij volledig beamen. Wij aten en dronken er voor 80 pesos of omgerekend een kleine 15 euro voor 2 personen. Jammer genoeg was de kwaliteit van het eten rechtevenredig met de prijs. Toen de aanwezige liveband ook nog per tafel naging vanwaar de gasten afkomstig waren was de maat vol en werd de rekening gevraagd.

Woensdag 16 november 2011

Zonder twijfel een minder leuke dag. Op het programma stond immers de rit van Tilcara naar Cafayate over een afstand van ruim 400 kilometer. Als er nu één ding is waar ik een grondige hekel aan heb dan zijn het lange verplaatsingen per wagen.

Het zou uiteindelijk 6 uur non-stop rijden blijken om de afstand te overbruggen. Enkel het eerste reeds geziene deel van de rit en het laatste stuk, door de Valle de Lerma, zijn de moeite waard. Omdat het weer relatief slecht was; zwaar bewolkt met nu en dan een spatje regen, werden er geen fotostops gemaakt.

Cafayate zelf is een wijnbouwersstadje en bleek een leuke stopplaats vooraleer terug te keren naar Buenos Aires. Omdat ik redelijk moe was van de autorit in de veel te kleine Volkswagen werd de late namiddag gebruikt voor een deugddoend hazeslaapje. Onze reizen kan je moeilijk luilekkervakanties noemen. Wetende wat de komende week zou brengen (3 dagen Valencia met KRC Genk) was het dus wijselijk om de nodige rustpauzes in te lassen.

Vooraleer het beste restaurant van het stadje te ontdekken, reserveerden wij een quadtocht van 2 uur voor de volgende ochtend. Het diner bij El Terruno was zeer goed. De ober was minstens van het zelfde niveau. Deze man gadeslaan was alleen al schitterend om doen.

Terug in het hotel waren er 2 hoogtepunten in het nieuws; de verdwijning van de negenjarige Tomas Santillan uit Lincoln en de staking van de luchtverkeersleiders op de 2 luchthavens van Buenos Aires. Het zal toch niet weer waar zijn!

Donderdag 17 november 2011

’s Morgens bleek de staking gelukkig al van de baan maar van de jonge Tomas ontbrak nog elk spoor.

Het  tochtje op de wat verouderde quads was best wel leuk. Wij bleken de enige 2 deelnemers wat ik al vermoedde vermits wij de avond ervoor het uur van vertrek konden kiezen. De rit ging over een divers terrein; eerst door de opgedroogde rivierbedding, dan een stuk door het struikgewas om uiteindelijk in de duinen te belanden. Normaal gezien worden dan de banden wat afgelaten om het vastrijden te voorkomen. Vermits dit niet gedaan werd, moest onze begeleider een paar keer de mouwen opstropen. Het superfijne zand van de duinen zorgde er drie keer voor dat iemand van ons  vast kwam te zitten. Na 2 uur rijden was de speeltijd voorbij. Voor mij alvast een oefening voor de komende Laplandreis naar Zweden in februari. Daar kijk ik enorm naar uit!

Het zand en stof maakte ons in die mate onpresentabel dat wij toch maar besloten te douchen voor te vertrekken naar de Indianenruïnes van Quilmes, provincie Tucuman, op een 55 kilometer van Cafayate. De rit per wagen brengt u voorbij verschillende bodega’s tussen Cafayate en Tolombon. De ruïnes zelf liggen tegen de heuvel en zijn omgeven door honderden cactussen. Op de middag staat de zon loodrecht boven de site zodat er geen enkele vorm van schaduw is. Ondanks de warmte trok ik maar een truitje aan om mijn verbrande armen te sparen. De site is perfect om een uurtje rond te wandelen en foto’s te maken. Ook hier weer zorgden het woestijnzand, de cactussen en de donkerblauwe hemel voor mooie plaatjes.

’s Avonds aten wij andere gerechten in het zelfde restaurant en het smaakte ons weer uitstekend. Terug in het hotel was er op tv nog maar 1 item … de dood van Tomas Santillan. Men had zijn lichaam in een veld op 7 km van Lincoln gevonden. De hoofdverdachte, de ex partner van de moeder, was al opgepakt.

Vrijdag 18 november 2011

Vroeg uit de veren voor de rit terug naar Salta. Om 14u15 vertrekt de vlucht van Aerolineas Argentinas naar Buenos Aires waar wij nog 1 nacht zouden verblijven. Ik durfde het niet aan om deze vlucht dezelfde dag voorafgaand de intercontinentale vlucht te boeken.

De rit door Quebrada del Rio de las Conchas was veel indrukwekkender in vergelijking met twee dagen geleden. Nu scheen de zon volop waardoor de kleuren veel beter tot hun recht kwamen. Er restte  mij dus niets anders dan regelmatig te stoppen zodat Greet foto’s kon maken. De laatste vijf dagen voelde ik mij zo’n beetje de privéchauffeur van mevrouw de fotografe.

Door de nodige stops en het drukke verkeer kwam de deadline voor het inleveren van de wagen (12u00) steeds dichterbij. De Argentijnen zijn het minst stipte volk dat ik ooit heb ontmoet. Van alle afspraken waren er slechts 4 waarbij de andere partij op tijd was: de 4x4 excursie in Ushuaia, 1 taxichauffeur in Salta en zijn collega uit Buenos Aires en de quad excursie in Cafayate. Voor de rest was iedereen, van taxichauffeur tot excursiebureau, tussen de 10 en 20 minuten te laat. Uiteindelijk parkeerden wij om 11u58 onze huurwagen op de parking van de kleine luchthaven van Salta.

De absolute keizer van de vertraging, Aerolineas Argentinas, deed voor de laatste keer haar reputatie alle eer aan. Met een uur vertraging (minder dan het gemiddelde!) vertrokken wij naar luchthaven Aeroparque in Buenos Aires waar wij na het inchecken, in het ons al goed gekende hotel Madero, genoten van een laatste terrasje onder een stralende zon.

Zaterdag 19 november 2011

Als God en de almachtige verkeersleiders van Buenos Aires het believen vliegen wij vandaag via Heathrow terug naar Brussel om er zondagvoormiddag om 11u05 te landen, net op tijd voor de door mijn collega Christel voorziene meeting (verplaatsing KRC Genk naar Valencia CF in de Champions League) van 14u00.

Bienvenidos a Belgica!