Jambo Tanzania Bekijk fotoreportage

Jambo Tanzania

Maandag 18 november

Ontbijt en vertrek naar het Serengeti National Park. Met een oppervlakte van bijna 15.000 km² is het zo’n 2,5 keer groter dan de aangrenzende Mara. De dag zou één grote game drive worden.  Op het einde van de middag hadden wij al meerde leeuwenfamilies gespot, tientallen giraffen en dito nijlpaarden in veel te kleine plassen. Aan alles was te merken dat de Serengeti snakte naar water. De vlaktes lagen er kurkdroog bij en het aantal gnoe’s en zebra’s lag beduidend lager in vergelijking met de Mara.

Het lunchpakket werd soldaat gemaakt aan een lokale landingsbaan voor kleine vliegtuigjes waarmee de gefortuneerde toerist zich kon laten rondvliegen. Het bespaart de mens heel wat transfertijd maar je minst uiteraard heel wat actie ‘on the road’.

Op dezelfde locatie stopten trouwens verschillende jeeps met landgenoten, wc-rol in de hand, voor een sanitaire stop. Een Porsche incentive volgens de stickers op de jeeps.

Onze gids wou niet te lang blijven rondhangen omdat hij de Eco lodge Africa, onze nieuwe verblijfsplaats, niet kende. Deze bleek inderdaad niet makkelijk vindbaar. Onder begeleiding van een lokaal warmteonweer verliep de zoektocht niet van een leien dakje. Meermaals maakten wij rechtsomkeer om uiteindelijk een uur voor valavond bij de lodge aan te komen.

Mijn grote vrees om weer de enige gasten te zijn kwam gelukkig niet uit … er bleek nog 1 ander koppel te logeren. Voor de rest was het een hele leuke lodge met een fantastische lounge waar het biertje smaakte. De tenten hebben stuk voor stuk een geweldig zicht op de vlakte met grazende zebra’s en wildebeesten. Omdat er geen omheining was, mochten wij in het donker alleen onder begeleiding naar en van onze tent. De brullende leeuw die nacht maakte duidelijk dat dit misschien toch de beste optie was.

Het avondeten was van verrassend hoog niveau. Er zat heel wat smaak in de gerechtjes.

Dinsdag 19 november

De volle dag op de Serengeti kende 2 hoogtepunten. Het eerste was een aanval(spoging) van een leeuwin op een kudde gnoe’s en zebra’s. Poging omdat de leeuwin er niets van terecht bracht. ‘Nog nie messjun’ zou Ludo (papa Greet) zeggen. Gnoe’s en zebra’s worden altijd in een adem genoemd omdat deze soorten steeds samen optrekken.

Het tweede hoogtepunt was van een ander kaliber. Op 500 meter bevonden zich niet minder dan 3 luipaarden. Ongeloofelijk, wetende hoe moeilijk deze katten te vinden zijn!

De eerste 2 hingen hoog en droog in een boom wat uit te waaien, de derde vertoonde heel wat meer activiteit. Gedurende anderhalf uur waren wij en 8 andere jeeps getuige hoe deze kat als een volleerd sluiper tot op een paar meter van een Thomson gazelle was genaderd om op het allerlaatse moment te worden ontdekt zodat er geen ultieme aanvalspoging kwam. Moesten wij nu blij zijn voor de gazelle of medelijden hebben met het luipaard? Ik neigde toch naar het tweede. Zoveel tijd en klasse verdiende gewoon een beloning in de vorm van een mals stukje vlees.

De rest van de dag bracht meer van het allemaal eerder genoemde. Het viel ons wel op dat de Serengeti qua drukte niet moet onderdoen voor de Mara. Een ander verschil is het feit dat de chauffeurs in Tanzania braafjes op de aangewezen paden bleven,  daar waar hun Keniaanse collega’s heel wat minder schroom hadden om ‘off road’ te gaan om ons het beste shot te bezorgen.

Eens terug op de lodge brak een nieuw warmteonweer uit en zorgde voor een aangename afkoeling.

Woensdag 20 november

’s Morgens verlieten wij de lodge voor de rit naar de Ngorongoro Conservation Area met als bekendste locatie de Ngorongoro krater.  Het duurde echter een hele tijd vooraleer wij de Serengeti verlieten.  De Serengeti veranderde geleidelijk in een immense vlakte met graslanden, slechts nu en dan onderbroken door een eenzame acacia. In het Massai betekent ‘siringit’ dan ook niet voor niets ‘eindeloze vlakte’.

Na een rit van 3,5 uur lieten wij de Serengeti definitief achter ons. Voor ons lag een van de wonderen der natuur: de Ngorongoro krater. Lang geleden ontstaan door vulkanische activiteit, is het nu een krater met een oppervlakte van 264 km². Het bezoek stond echter pas de volgende dag op het programma.

In de vroege namiddag kwamen wij aan op de Plantation lodge op 1 uur rijden van de ingang van de krater. De Crater Lodge lag iets dichter maar met een prijskaartje van 2.000 euro per kamer per nacht (maaltijden en activiteiten wel inbegrepen) vonden wij de Plantation toch de betere optie. Het was zonder enige twijfel de mooiste locatie tot nu. Prachtige kamers, schitterende tuinen, een mooi restaurant met een goede keuken en lekkere wijnen, … . Het plaatje klopt hier helemaal. Voor sfeer en gezelligheid een vette 11 op 10!

Donderdag 21 november

Na het, voor Afrikaanse normen, uitgebreide ontbijt vertrokken wij met Wakara naar de krater. Na een rit van 45 minuten over het merendeel de zelfde stofweg als gisteren bereikten wij de top van de krater. De vlakte onder ons ligt meer dan 600 meter lager. In het regenseizoen ziet deze groen met in het midden een groot meer. Omdat de regens uitblijven is het er nu dor en is het meer opgedroogd. Op één plaats aan de rand bevond zich nog een kleiner meertje met daarrond het enige bosrijke gebied.

De krater herbergt de grote vijf maar deze kregen wij niet echt te zien; geen spoor van olifanten, neushoorns of luipaard. Het moet gezegd dat veel dieren de krater bezoeken en weer vertrekken.

De giraf zul je er nooit tegenkomen. Omwille van de structuur van hun poten zijn zij niet in staat de afdaling te maken.

Het werd een leuke voormiddag in een imposant decor. Het moet wel gezegd dat wij beiden een veel exotischer beeld hadden gevormd van de Ngorongoro krater. Denk de omringende wanden weg en je waant je in de Serengeti!

De namiddag werd zinvol besteed: boek lezen, hazeslaapje en de nodige cocktails. Deze laatsten smaakten dubbel zo goed op het enig mooie terras van de bar.

Vrijdag 22 november

Met pijn in het hart namen wij afscheid van de Plantation lodge. Dit is zo’n plek waar je later met plezier terugkeert. Ik beveel het iedereen aan!

Via Lake Manyara gaat het naar Tarangire National Park. Lake Manyara is een klein park met een enorme hoeveelheid apen. Het is een leuke safrai op weg naar, maar ik zou niemand adviseren om hier te overnachten. Het aantal te bewonderen dieren is hiervoor niet groot genoeg. Na passages in de Masai Mara en Serengeti zijn wij al redelijk verwend.

Tarangire staat vooral bekend om de enorme hoeveelheid olifanten. Na een uurtje rijden kregen wij echter de indruk dat het park leeggeroofd was. Op een paar verdwaalde impala’s en struisvogels na leek het vooral een grote lege vlakte. Dit veranderde echter toen wij de rivier Tarangire – nu kabbelend beekje – naderden. Opeens was er geen gebrek meer aan olifanten. Greet wist niet waar eerst te kijken. Honderden exemplaren, vaak grazend in grote kuddes van 25 to 30 stuks, passeerden de revue. Het was een indrukwekkend schouwspel en een passend einde van het safarigedeelte van deze reis.

Voor de verandering sliepen wij weer eens in een privé kamp. Ons tentje – van de 6 aanwezige – was het enige bewoonde.

Zaterdag 23 november

Op de rit uit het park werden wij als het ware door verschillende olifanten uitgewuift. Ik denk dat Greet stiekem een traantje heeft weggepinkt. Ze stond verdacht veel achter mij in de jeep (met openklapbaar dak).

Lunchen deden wij in de Arusha Coffee lodge. Hier had ik ook een meeting met de verantwoordelijk van de lokale organisatie die even wilde polsen naar onze - bijna uitsluitend positieve - ervaringen.

Na de lunch ging het richting vlakbij gelegen Arusha luchthaven voor de vlucht naar Zanzibar. Het overgewicht kostte ons hier wel 45 USD. De slimmerikken wogen ook de handbagage mee. Op die manier wees de naald onverbiddelijk 55 kg aan of een overgewicht van 15 kg aan 3 USD per kilo. Na betaling zonder reçu mochten wij 10 meter verder in de openlucht ‘wachtzaal’ plaatsnemen tot wij zouden worden opgeroepen.

Ons vliegtuig bleek, in de lijn van het hele gedeelte in Tanzania, een kleintje te zijn; een Cessna 208B met 13 zetels inclusief de plaats naast de piloot. Een tweede piloot voor commerciële vluchten is, in tegenstelling tot Europa, in Afrika geen vereiste. Dit toestel heeft ook slechts 1 propellor. Geen enkele ruimte dus voor motorfalen! Met 11 passagiers vertrok onze piloot richting kruideneiland. De vlucht in deze mini duurde 1u45. Ik was toch blij voet op vaste bodem te zetten. Die gast moest onderweg maar eens onwel worden!?

Zanzibar bleek dadelijk nog een stuk warmer en vooral zwoeler te zijn; 32°C in de schaduw. In de zon loopt dit op tot boven de 40°C. Voor velen iets fantastisch, voor mij gewoon veel te heet.

Ons hotel lag aan de noordoost kust van Zanzibar. De laatste 4 km kregen wij echter de zowat slechtste weg van de hele reis gepresenteerd.  Hotel Kasha Boutique is een kleinschalig resort met 11 luxueuse villa’s. Wij waren eens niet de enige gasten. Op het zelfde moment arriveerden nog een Frans en Indisch koppeltje.

Zondag 24 – dinsdag 26 november

Na afspraak met de lokale vertegenwoordiger die ons vruchteloos allerhande excursies probeerde te verkopen besloten wij naar het mooie zwembad te trekken. Een verwarmingsinstallatie is hier echt niet nodig. De zon doet alle werk. Het water was dan ook aangenaam warm.

Warm was ook de zon maar dat had ik toen niet door. Pas bij terugkeer op de kamer na de late lunch kon ik het werk van de zon bewonderen. Borst en schouders waren rood gekleurd. Het echte effect was pas ’s avonds voelbaar.

Zanzibar is een exotisch paradijs: zon, witte stranden, riffen en een zee in alle denkbare tinten blauw. Voor duikers en snorkelaars is het één van de beste locaties ter wereld. Het verblijf in de Kasha Boutique in Zanzibar was een mooie afsluiter van onze 15-daagse trip door Oost-Afrika.

Ik ben in ieder geval voldoende opgewarmd voor een leuke koude winter!